Home > BUPsy (NL) > Leden-Hoek > De legale weg : een bepaald niveau van weerwerk

De legale weg : een bepaald niveau van weerwerk

Alter-Psy was uitgenodigd om te spreken tijdens het ochtenddebat georganiseerd door de Waalse Liga voor Geestelijke Gezondheid op 17 november 2017 met het thema "Het waarom van weerwerk ? ". Chiara Aquino, stichtend lid van Alter-Psy en eveneens lid van UPPsy-BUPsy stelde daar de acties van ondermeer de vereniging Alter-Psy voor onder de titel : "De legale weg : een bepaald niveau van weerwerk".

(Met dank aan Lutgarde Verrept voor de vertaling)

CHIARA’S TOESPRAAK.

Alter-Psy is aanvankelijk begonnen als een Facebook-groep, opgericht door Benoit Dumont, als reactie op het verschijnen van het wetsvoorstel van Maggie De Block. Het ging erom professionals bij elkaar te brengen die over dit wetsvoorstel debatteerden en het veld te informeren over wat er zich afspeelde achter de schermen van de gevestigde macht. Van het één kwam het ander, van publicaties kwamen persoonlijke ontmoetingen en uiteindelijk hebben honderden mensen zich op de pagina geregistreerd.

Ter herinnering, na meer dan 20 jaar werk dat professionals van alle oriëntaties en ook politieke vertegenwoordigers samenbracht, was in april 2014 een eerste wet die het beroep van psychotherapeut regelde, in het parlement met een overweldigende meerderheid goedgekeurd. Deze wet staat bekend onder de naam "de Wet Muylle". Hij moest in september 2016 in werking treden. De koninklijke besluiten die nodig waren voor de uitvoering ervan waren nog niet gepubliceerd ten tijde van de regeringswissel.

In deze context is het kabinet van Maggie De Block in werking getreden.
Onder het voorwendsel wijzigingen aan te brengen om de wet van 2014 toepasbaar te maken, heeft de minister van volksgezondheid deze grondig gewijzigd. En dat is een eufemisme !
Deze wet, die ik de nieuwe wet zal noemen, is in een zeer korte tijdsspanne opgesteld en aangenomen. Hij is door het veld "goedgekeurd", maar wordt alleen aanvaard door professionele verenigingen verbonden aan één enkele tak van het complexe landschap van de geestelijke gezondheidszorg.
Hij wordt voorgesteld als uiterst gunstig voor de burger, bedoeld om "hen te beschermen tegen charlatans" en "de terugbetaling van sessies te bevorderen". Hoe kunnen we daar niet blij om zijn ?

Wat houdt deze wet concreet in ? Hij is buitengewoon complex. Erger nog, hij is buitengewoon vaag en bevat een reeks punten die pas later, deels bij koninklijke besluiten en deels door de ondertussen welbekende Federale Raad voor Geestelijke Gezondheidszorgberoepen, zullen worden gespecificeerd. Verschillende gevolgen komen duidelijk naar voren.

• Het beroep van psychotherapeut bestaat niet meer. Psychotherapie wordt nu gereduceerd tot een reeks handelingen, een specialisatie, waarvan de opleiding nog slechts aangeboden mag worden door een klein aantal erkende instellingen (universiteiten en hogescholen).
• Deze specialisatie is alleen toegankelijk voor houders van drie diploma’s : huisartsen, klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen (bijna uitsluitend vertegenwoordigd in Vlaanderen).

• Van alle psychotherapeuten die op het moment van de inwerkingtreding van de wet actief waren, kunnen alleen de houders van een diploma met betrekking tot de geestelijke gezondheidsberoepen hun werk op een autonome manier blijven uitoefenen : verpleegkundigen, fysiotherapeuten, artsen.
Maatschappelijk werkers, opvoeders, sociologen, antropologen, filosofen worden uitgesloten van autonome uitvoering van hun praktijk. Zij mogen enkel nog onder supervisie en in een interdisciplinair centrum werken.

Achter deze technische aspecten die al dramatische gevolgen hebben, is het de bedoeling om onze beroepen te paramedicaliseren en de "wetenschappelijkheid" tot absolute norm van onze praktijken te verheffen. Als we dit vanop een afstand beschouwen, zien we dat achter de "wetenschap" van de "evidence-based" benaderingen, die de enige zijn die erkend en genoemd worden door de wet, budgettaire doelstellingen en controle-motieven verborgen zijn. Efficiëntie, in de zin van besparingen en productiviteit, is het doel. De bescherming van patiënten die wordt gepredikt, gebeurt ten koste van de vrijheid. Vrijheid om te praten met een psychotherapeut(e) van zijn keuze, maar ook de vrijheid van de psychotherapeut(e) om een oriëntatie te kiezen en om zichzelf te positioneren in functie van hoe hij de therapeutische relatie percipieert.

Ondanks het gebrek aan tijd om te reageren, ondanks het "pletwals"-gehalte van deze wet, was de inzet te hoog. Zelfs essentieel.

Alter-Psy kwam in contact met een constitutioneel advocaat, Meester Letellier. We hadden het geluk te "vallen" op een professional die bereid was veel tijd te nemen om met ons te overleggen en die in staat was om onze zorgen en onze vragen in juridische taal om te zetten. Met hem hebben we eind oktober 2016 besloten om een eerste beroep in te dienen bij het Grondwettelijk Hof. Alter-Psy coördineerde en ondersteunde grotendeels dit beroep, dat geïntroduceerd werd door bijna 150 psychotherapeuten van verschillende strekkingen.

Dit beroep had tot doel alle psychotherapeuten in staat te stellen verder te werken zonder rekening te moeten houden met de zeer beperkte overgangsmaatregelen die in de wet voorzien waren. Aangezien de doorlooptijden van een procedure voor het Grondwettelijk Hof aanzienlijk zijn, ging het beroep gepaard met een verzoek tot opschorting van de wet in afwachting van de definitieve uitspraak. De opschorting van een deel van de wet werd verkregen in december 2016, gevolgd door de annulering van dat zelfde deel in maart 2017. Zonder in details te treden, konden alle op 31 augustus 2016 praktiserende psychotherapeuten hun beroep blijven uitoefenen.

We wisten dat, hoewel deze eerste overwinning zeker van belang was, dat ze slechts één van de negatieve gevolgen van de wet betrof. Het luik met betrekking tot de toegang tot het beroep, de opleiding, de vaagheid van de definitie van het beroep en de overeenkomsten en verschillen tussen de titel van psychotherapeut en die van klinisch psycholoog bleven onopgelost. Wat nog belangrijker was, we waren het absoluut oneens met de visie op het beroep en dus met het mensbeeld inherent aan de nieuwe wet. We wisten dus dat het gevecht nog lang niet voorbij was en dat we verder een tweede beroepsprocedure moesten inspannen.

Ondertussen hadden vele andere verenigingen zich op juridisch vlak gemobiliseerd. Sommige bestonden reeds lang en waren al actief gedurende vele jaren, andere werden net gecreëerd in deze context. Nog andere verenigden zich om middelen en energieën samen te brengen.

Er werden bruggen gebouwd, conflicten en verschillen opzij gezet of overtroffen om onze middelen te bundelen ten dienste van de bij uitstek menselijke dimensie van onze beroepen.

In januari 2017 werd Alter-Psy een vzw. Ons collectief telt meer dan 120 leden : psychologen, psychotherapeuten en hulpverleners van alle oriëntaties. Door de constitutie van de vzw beschikten we over een rechtspersoonlijkheid om ons als VZW partij te stellen in een tweede beroepsprocedure met Meester Letellier.

Op 30 januari 2017 presenteerden 5 verenigingen op een gezamenlijke persconferentie de andere ingediende beroepsprocedures.

De werkgroep van de federaties, gecoördineerd door het LBFSM (Brusselse Franstalige Liga voor Geestelijke Gezondheid), vertegenwoordigt 3.300 werknemers en 288.000 gebruikers.
De groep is als volgt opgebouwd : De Brusselse Franstalige Liga voor Geestelijke Gezondheid (LBFSM), de Federatie van pluralistische Centra voor Familiale Planning (FCPPF), de Federatie van Medische Huizen (FMM), de Federatie van Instellingen voor Verslaafden (Fédito) de Seculiere Federatie van Centra voor Gezinsplanning (FLCPF) de Beroepsvereniging van Huwelijk- en Gezinsraadgevers (UPCCF), de Waalse Liga voor Geestelijke Gezondheid (LWSM), de Federatie van Centra voor Planning en Overleg (FCPC), elke persoon die in een instelling werkt. Vertegenwoordigd door het kabinet van Meester Uyttendaele hebben deze verenigingen een beroep ingesteld met in de eerste plaats als argument dat de in de wet vastgestelde nieuwe regels veel van hun professionals, als individuen, in de onmogelijkheid stellen om hun beroep verder uit te oefenen. Aan de andere kant zijn de instellingen, als rechtspersoon, niet meer in staat om verder hun teamwerk op een ongewijzigde manier te blijven organiseren, met name vanwege de vaagheid van de noties van "toestemming om te werken onder toezicht van een beoefenaar" in een "interdisciplinair kader met intervisie" en "supervisie" en de afwezigheid van een duidelijk verschil in de wet tussen klinische psychologie en psychotherapie. Deze elementen maken het onmogelijk om de verantwoordelijkheid van de beoefenaars van psychotherapie, de exacte grenzen van hun competenties, hun wettelijke verplichtingen en de gevolgen van het uitvoeren van hun daden duidelijk te definiëren.

Het Platform PsySM (Platform van de Professionals van de Geestelijke Gezondheid) (www.plateforme-psysm.be), met verschillende opleidingsinstituten, vertegenwoordigd door de heer Tulkens, hebben een beroep aangespannen enerzijds omwille van de schade toegebracht aan de opleidingsinstellingen, die met verdwijning bedreigd worden als gevolg van de verplichting van de nieuwe wet die stipuleert dat een specifieke opleiding in psychotherapie wordt verzorgd door universiteiten of hogescholen. Deze instituten hebben decennialang opleiding in psychotherapie gegeven en vele gekwalificeerde leraren aan universiteiten geleverd. Aan de andere kant maakt de wet het niet mogelijk om te bepalen welke bestaande opleidingen erkend zullen worden. Daarnaast hekelt het Platform het gebrek aan rechtvaardiging voor het beperken van de toegang tot specialistische opleiding in psychotherapie aan artsen, klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen.

APPPsy, UPPsy (Nationale Federatie van Psychologen en Praktijkbeoefenaars van Psychoanalytische Oriëntatie en de Beroepsvereniging van Psychologen), vertegenwoordigd door Meester Bourtembourg, klagen zij ondermeer aan : de kennelijke beoordelingsfout met betrekking tot de de aard van het beroep van psychotherapeut en vandaar zijn afschaffing, de beschrijving van de respectieve toegestane en verboden handelingen van klinische psychologie en psychotherapie, de verplichting tot interdisciplinaire samenwerking bij elke uitoefening van psychotherapie, evenals het voorrecht toegekend zonder wederkerigheid aan de arts om alle klinische psychologische handelingen zonder opleiding uit te voeren.

Beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State werd ingesteld door APPPSY, evenals door het Platform van de Geestelijke Gezondheidswerkers, betreffende de manier waarop de Federale Raad voor Geestelijke Gezondheidszorgberoepen werd gevormd en de criteria volgens welke leden werden gekozen.

De hoorzitting is gepland voor woensdag 13 december 2017, om 15h00

Ik heb het tweede beroep van Alter-Psy voor het einde gelaten, omdat dat de actie is die ik meer in detail kan bespreken.

Onze positie met betrekking tot psychotherapie kan op geen enkele manier worden geïntegreerd in de huidige wet. Inderdaad, vanuit het perspectief van de wetgever, "wordt psychotherapie opgevat als een vorm van behandeling die wordt beoefend door een arts, een klinisch psycholoog of een klinisch orthopedagoog". We beweren dat geestelijke gezondheid meer is dan de afwezigheid van ziekte, zij wordt beïnvloed door de leefomstandigheden, de heersende collectieve waarden en de waarden van elke persoon. In overeenstemming met de Verklaring van Straatsburg over psychotherapie, zijn wij van mening dat psychotherapeutisch werk niet kan worden teruggebracht tot een gestandaardiseerde techno-medische behandeling die de patiënt tot een pathologie reduceert en deze enkel benadert vanuit het exclusieve perspectief van de normaliteit. Daarom valt de psychotherapie niet strikt binnen het biomedische veld, maar maakt zij deel uit van het brede veld van de menswetenschappen.

Het eerste middel in het beroep betwist de strikte bevoegdheid van de federale wetgever, omdat psychotherapie verder gaat dan het domein van de geneeskunde en de gezondheid (federale bevoegdheid), maar evenveel, zo niet meer gaat over hulp aan personen (een gemeenschapsbevoegdheid). Inderdaad, het is niet genoeg voor de federale staat om te verklaren dat psychotherapie een vorm van behandeling van gezondheidszorg is om haar unieke bevoegdheid in psychotherapie te rechtvaardigen.

• Dus, volgens Mr Letellier, "behalve om het verschil tussen gezondheidszorg en hulp aan personen te ontkennen, is de federale wetgevende macht niet bevoegd voor de begeleiding van lijden gerelateerd aan levenskwesties die geen verband houden met een ziekte of een pathologische aandoening - de problemen van "het leven" (rouw, echtscheiding, homoseksualiteit, ongewenste zwangerschap, enz.). Ze is het ook niet voor het reguleren van persoonlijke ontwikkeling, het zoeken naar zingeving, het in vraag stellen van patronen van functioneren op een bepaald moment in iemands leven, noch het reguleren van psychotherapeutisch werk met betrekking tot sociale of relationele problemen. etc. ".

Het tweede middel ontkent dat de toegang tot de praktijk van psychotherapie voorbehouden is aan artsen, klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen. Dit, aangezien er sprake is van inbreuk op de keuzevrijheid van een beroepsactiviteit, op het aangaan van persoonlijke relaties (terwijl de relatie centraal staat in de therapie) en op de vrijheid om deel te nemen en te genieten van het creatieve proces op het gebied van de menswetenschappen, wat psychotherapie volgens onze benadering is.

• Volgens de argumentatie van Mr. Letellier : "Is het onbetwistbaar dat door het verbieden aan ieder persoon die noch een arts , noch een klinisch psycholoog, noch een klinisch orthopedagoog is – en dat ongeacht zijn specifieke opleiding in psychotherapie en zijn professionele ervaring. - om elke "relatie psychotherapeut-patiënt" uit te oefenen, met het doel om moeilijkheden, conflicten en psychische stoornissen waaraan de patiënt lijdt te elimineren of te verlichten, de wetgever inbreuk maakt op :

• de vrijheid van personen uit het veld van de menswetenschappen om psychotherapie te beoefenen en dus een vrij gekozen beroepsactiviteit uit te oefenen,
• de vrijheid om persoonlijke relaties aan te gaan, zowel vanuit het oogpunt van de psychotherapeut als vanuit dat van de cliënt, en dit in strijd met de vrije wil en het zelfbeschikkingsrecht van elk individu om zich in het licht van moeilijkheden, conflicten of psychische stoornissen te laten helpen door de persoon van zijn keuze en volgens de psychotherapeutische praktijk van zijn keuze, en meer specifiek met een andere dan de biomedische benadering, en dus op de vrije keuze van de manier waarop iemand zijn persoonlijke, sociale en culturele ontwikkeling kan waarborgen,
• de vrijheid om deel te nemen en te genieten van het creatieve proces op het gebied van de menswetenschappen.

Dat is het, ik hoop dat ik niet te technisch ben geweest bij het illustreren van de juridische argumenten, het is een jargon dat ik iets meer dan een jaar geleden nog niet kende. Aarzel ook niet om mijn bronnen te raadplegen of om meer informatie of meer uitleg te vragen.

Ik zou erop willen wijzen dat Alter-Psy, hoewel ontstaan als een reactie op de wet, niet beperkt is tot gerechtelijke acties en niet als enig doel heeft om tegen de wet en zijn gevolgen te strijden. Ons collectief is een plaats van reflectie en actie rond twee assen : de as van het beroep en de politieke as.

De "beroeps -as”
Naar onze mening is psychotherapie een professioneel begeleidingsproces voor iedereen die de behoefte voelt, als vrij en verantwoordelijk wezen in wording, en niet alleen voor "patiënten die verzorgd moeten worden". Onze praktijk is geworteld in een diep humanistische benadering van de helpende relatie, buiten de beperkende reikwijdte van gezondheid en psycho-medische behandelingen. Daarom verdedigen we het bestaan van psychotherapie als een onafhankelijk beroep, dat voldoet aan hoge opleidingscriteria, toegankelijk vanuit meerdere diploma’s en ontwikkeltrajecten in overeenstemming met de Verklaring van Straatsburg.

De as "politiek en burgerschap"
Alter-Psy heeft de bedoeling om een diep burgerperspectief te dragen, in de mate dat ze een visie van de mens op ethisch en politiek niveau ondersteunt. Het is daar dat we onze leden uitnodigen om hun professionele identiteit te gebruiken en dit in een ruimte waar ze in alle autonomie en vanuit hun praktijken een kritische blik en stem kunnen laten horen die verder gaat dan het beleid voor geestelijke gezondheid stricto sensu en die gericht is op het uitdragen van hun waarden voor een meer humane samenleving.

Ik heb u verteld over spontane bewegingen van professionals, die ook burgers zijn. Ik sprak u over solidariteit, over het opzij zetten van wat ons scheidt om samen te komen rond wat ons verenigt. Ik heb u verteld over menselijke ontmoetingen. Ik sprak met u over de politieke as, in de nobele zin van het woord. Onder de juridische dimensie die ik heb geprobeerd te illustreren, lijkt het ons dat deze weefsels de kern vormen van een mogelijk weerwerk, een noodzakelijk weerwerk.
Parallel aan juridische acties moet het verzet een ethische dimensie handhaven die onze gedachten en acties kan vormgeven, in onze praktijken, in onze instellingen, in onze netwerken of op het openbaar forum. Ieder op zijn niveau, volgens zijn grenzen, zijn capaciteiten, zijn mogelijkheden, natuurlijk, maar vooral niet in de ontkenning. Wat er gebeurt, is buitengewoon ernstig, laten we dit op zijn minst kunnen erkennen, ons ervan bewust worden, omdat zonder deze basis geen weerwerk en dus geen verandering mogelijk is.

Ik eindig met een citaat :
"Democratie is veel meer dan een institutionele vorm die wordt gekenmerkt door "goede" praktijken of procedures, geïnspireerd door de verdediging van vrijheden, de acceptatie van pluraliteit, respect voor de meerderheidsbepalingen. Zelfs als ze dit alles moet zijn, wijst de democratie ook op een ethische spanning in ieders hart, de eis om politiek, publieke actie, de gang van de wereld opnieuw te onderzoeken en te her-ondervragen vanuit een politiek zelf dat een principe van universele rechtvaardigheid bevat (...). (Dit publieke zelf) is, in ons, in onze oordeelskracht, in ons vermogen om na te denken, in onze kritische reflectie. F. Gros, 2017 [2]

Zie ook :

« Quand la santé mentale Débloque », Chiara Aquino et Amandine Seifert, (2017), http://www.alter-psy.org/Quand-la-sante-mentale-DeBloque.html
« Le Pour… Quoi… des actions juridiques d’Alter-Psy », Françoise Raoult, (oktober 2017), http://www.alter-psy.org/Le-Pour-Quoi-des-actions-juridiques-d-Alter-Psy.html
Gepubliceerd op 22/11/2017

[1] Het is mogelijk om de tekst van de persconferentie van januari 2017 te raadplegen op volgend adres : http://www.alter-psy.org/Les-recours-contre-la-loi-De-Block-Conference-de-presse.html

[2] « Désobéir », Frédéric Gros, (2017), Albin Michel/Flammarion.


UPPsy (FR) BUPsy (NL)

UPPsy - Union Professionnelle des Psychologues / BUPsy - Beroeps Unie van Psychologen

© UPPsy 2017 | Admin

Réalisation : Parcours sprl

Uppy-Bupsy FacebookUppy-Bupsy TwitterUppy-Bupsy Linkedin