Home > BUPsy (NL) > Nieuws in de kijker > Standpunten inzake voorstellen terugbetaling psychotherapie

Standpunten inzake voorstellen terugbetaling psychotherapie

Antwoord op een aantal standpunten van VVKP

Werkten mee aan dit product : de Bezorgde Psychologen (Stef Joos, Wouter Mareels, Hilde Descamps, Tania Schuddinck, Nathalie De Neef) en UPPsy-BUPsy (Martine Vermeylen, Emmanuel Declercq, Claudia Ucros)

In overleg met andere beroepsverenigingen of groeperingen van psychologen, is er een brede consensus over een aantal principes, wat niet wegneemt dat over andere zaken nog veel vraagtekens blijven.. Hieronder standpunten die door Uppsy-Bupsy en de Bezorgde Psychologen in gemeenschappelijk overleg verdedigd worden.

Aanmelding

Een psychologische of psychotherapeutische behandeling werkt niet op symptomen, maar wel op basis van de kijk van de patiënt op de last die hij ervaart.. De vraag of problematiek wordt beschouwd binnen de relationele dynamiek en de geschiedenis van de patiënt.

Terugbetaling sessies

Terugbetaling mag niet beperkt worden tot bepaalde aanmeldingsklachten, moet uitgebreid worden tot algemene psychologische interventies. Er wordt geen beperking opgelegd van doelgroep, noch wat betreft de keuze qua behandelwijze (wat ook het kader waarin de psycholoog werkt).

Een voorstel van Mentaalwijs spreekt over terugbetaling van 10 sessies psychologische zorg per jaar. Met het oog op de continuïteit en de diepgang van een therapeutisch proces, vinden we het gerechtvaardigd om te zoeken naar de mogelijkheid om gemiddeld - rekening houdende met de vakanties - om de twee weken een consultatie te laten plaatsvinden. Vandaar dat we opteren voor een voorstel met meer sessies per jaar.

Een principe van “gesloten enveloppe” lijkt ons niet verenigbaar met het basisprincipe van continuïteit van psychologische zorg. Als er budgettair niet voldoende ruimte is, zouden we dan eerder opteren om het bedrag van de terugbetaling te beperken (zodat meer mensen beroep kunnen doen op die terugbetaling) en het aantal sessies per jaar te beperken. Zo kan een minimum aan zorg, maar ook continuïteit, worden voorzien. Een dergelijke vorm van terugbetaling past beter bij het gegeven dat psychische problematiek vaak complex blijkt te zijn.

Vrije keuze van psycholoog en van behandeling

Wij vinden dat patiënten er moeten kunnen voor kiezen om meteen naar een psycholoog/ psychotherapeut te stappen en niet via een ELP-traject te moeten passeren. Als vrij duidelijk is wat de problematiek is en dat dit via psychotherapie moet behandeld worden, heeft een ELP-traject naar onze mening weinig meerwaarde en vormt het vooral een meerkost. Anderzijds kan ELP een eerste stap zijn naar sensibilisering rond psychologische problematiek en het inschatten of en welke hulp daarna genoodzaakt is.

Relatie met de huisarts

De psycholoog werkt autonoom, dus niet op doorverwijzing van de huisarts. Binnen de opleiding klinische psychologie wordt heel veel aandacht besteed aan diagnosestelling, daarvoor zijn wij voldoende opgeleid.

Het gaat overigens niet alleen om autonomie van de psycholoog, maar ook om autonomie van de patiënt. De actualiteit blijft dat een aanzienlijk deel van de mensen die op ons beroep doen, dat niet via de huisarts doen en willen doen. Het is belangrijk dat patiënten die keuze kunnen blijven maken. Daarnaast is het ook belangrijk dat ze zelf kunnen nadenken en beslissen op welke vorm van psychologische hulp ze beroep kunnen doen. Dit bevordert een goede therapeutische relatie en daarmee ook de werkzaamheid van de therapie. Een goed register van psychologen in de regio kan een dergelijke keuze ondersteunen.

Dat er samenwerking en overleg met de huisarts mogelijk is en moet zijn, lijkt ons evident. De huisarts neemt een belangrijke positie in binnen het lokale netwerk van hulpverlening en kent ook de mogelijkheden wat betreft de hulpverlening in de regio. Voor ons blijft het echter een principe dat dit enkel kan na goedkeuring door de patiënt en mits de noodzaak blijkt in het spreken van de patiënt of vanuit de behandeling. Wat betekent dat een huisarts niet standaard op de hoogte moet gebracht worden, en dat de patiënt ervoor mag kiezen om geen informatie door te geven.

Overigens merken wij dat de meeste huisartsen op dat vlak heel welwillend zijn ten opzichte van het need to know-principe als het gaat over communicatie rond psychotherapie, en heel veel vertrouwen tonen in de psycholoog waarnaar ze doorverwijzen, ook wanneer ze weinig informatie kregen over het vervolg.

Psychologenkringen

Als psychologenkringen er willen zijn voor alle psychologen en een belangrijke rol willen spelen binnen het landschap van de geestelijke gezondheidszorg, is het cruciaal dat ze autonoom functioneren en dat noch het lid zijn van noch het opnemen van een rol binnen die kringen verbonden wordt met lidmaatschap van één van de beroepsverenigingen. Zo gaat het ook voor andere beroepsgroepen.

Het kan voor (onafhankelijke) kringen een taak zijn om supervisie en vormingen aan te bieden. De psycholoog moet echter de vrijheid behouden om zich voor zijn vorming te richten naar andere vormingsinstituten of naar de initiatieven van de therapeutische verenigingen. Ook de keuze van een supervisor lijkt ons van persoonlijke aard. Een kring kan daarin een additioneel aanbod doen.

Permanente vorming

Als we als beroepsgroep voldoende respect opbrengen voor het belang van psychische problemen, zullen enkele cursussen of thematische vormingen niet voldoende garantie bieden voor de nagestreefde kwaliteit van de psychologische zorg. Wij denken dan ook dat het erg belangrijk blijft psychologen blijvend uit te nodigen en te motiveren zich via een volwaardige therapie-opleiding terdege te vormen via de bestaande en gekende “opleidingen psychotherapie”, veelal verbonden aan universiteiten, hogescholen en/of therapeutische verenigingen.

Een brede vorming is voor ons de basis voor een psychologische begeleiding of psychotherapie. Specialismen, zoals forensische begeleidingen of werken met trauma, zijn belangrijk, maar dan als aanvullende vorming. Een opleiding die gekoppeld is aan een hulpvraag is op dat vlak ontoereikend. Niet iedereen met trauma vraagt bij voorbeeld om behandeling voor trauma. Mensen die zich aanmelden met een burn-out blijken onderliggend bij voorbeeld vaak een problematiek te hebben die mee verantwoordelijk is voor het zich voordoen van de burn-out.

Kwaliteitscriteria

Als het gaat over kwaliteitsmeting, stelt zich altijd de vraag wat gemeten wordt - en op welke manier. Kwaliteitsmeting die symptoomgericht is, gaat voor ons voorbij aan de persoonlijke en interrelationele dynamiek van de patiënt. Bovendien zijn er mensen die zogenaamd “zware pathologie” hebben maar best wel weg kunnen met weinig behandeling, en omgekeerd – ook hier is het de subjectieve factor die primeert.

Het bewaken van het psychotherapeutisch proces moet ons inziens aangepast zijn aan de therapie die werd ingezet. Men kan werken met een grondige bevraging over het welzijn van de patiënt en over de tevredenheid met de behandeling, liefst met het inschatten van lange termijn-effecten. Men kan ook de handelingen van de psycholoog / psychotherapeut grondig bevragen tijdens intervisie en / of supervisie. Het kan dus gaan om kwantitatieve of kwalitatieve methoden of een combinatie van beide.

Psychologische zorg versus psychotherapie

We denken dat er voor de formulering "langdurige psychologische trajecten" gekozen is om de onduidelijkheid over de positie van de psychotherapie ten opzichte van de psychologische begeleiding wat te vermijden. Gezien er nog geen duidelijkheid is over het verschil tussen psychologische begeleiding en psychotherapie, kan op dat verschil nog niet worden ingespeeld wat betreft de vergoeding. Vraag blijft of het niet beter zou zijn die onduidelijkheid op te heffen en een duidelijk kader voor psychotherapie te scheppen voor men over de "organisatie van terugbetaling" spreekt. Wij maken ons ernstig zorgen over het vervagen van de grenzen tussen psychologische zorg én psychotherapeutische zorg en zouden dat graag verhelderd zien.

Het elektronisch patiëntendossier

De vertrouwensrelatie tussen behandelende psycholoog en-psychotherapeut en patiënt maakt een belangrijk onderdeel uit van de therapie, er kan dus niet zomaar zonder gevolgen aan worden gesleuteld. Het merendeel van de gegevens die vermeld worden in een therapie zijn bovendien niet te objectiveren, en gaan heel vaak over derden. (cf. « Le psychisme serait-il un organe ? »Les réformes de la santé mentale et leurs incidences sur la confidentialité.” Geneviève Monnoye).

Daarnaast maakt die vertrouwensrelatie mogelijk dat zaken benoemd kunnen worden omdat er geen concrete gevolgen mee verbonden zijn – wat nagenoeg in alle andere relaties wel speelt – beïnvloeding, beoordeling enzovoort.

Als terugbetaling gekoppeld wordt aan een inschrijving in een electronisch systeem, menen wij dat op zijn minst de mogelijkheid tot een anonieme inschrijving moet voorzien zijn.

Blijft daarnaast het belang van het beperken van de bijkomende kosten voor een dergelijke electronisch systeem ; voor ons is het belangrijk dat mensen in bijberoep dit kunnen blijven betalen, gezien de waardevolle combinatie van mensen die werken in bijberoep en in hoofdberoep in een psychiatrische setting, waar ze zeer veel en specifieke ervaring (kunnen) opdoen.

Psychologencommissie, deontologische code en tuchtorgaan

Wij menen dat er een tuchtorgaan bestaat dat (ook) goed functioneert, met een deontologie die weliswaar geldt voor alle psychologen, maar zeker voldoende aanknopingspunten biedt voor de situatie van de klinisch psycholoog.
Probleem is echter dat het in rekening brengen van de deontologische code op dit moment niet altijd en voor iedereen afdwingbaar is door dit tuchtorgaan. Door de onduidelijkheid omtrent de noodzaak zich, ondanks een visum ook te registreren bij de psychologencommissie, zijn een beperkt aantal psychologen niet meer onderworpen aan het deontologisch tuchtorgaan. Ons lijkt het opportuun deze onduidelijkheid op te heffen en het bekomen van een visum te koppelen aan een registratie bij de psychologencommissie.

Het bestaan van de psychologencommissie lijkt ons van belang voor de samenhang van de beroepsgroep van de psycholoog in het algemeen. We verwijzen daarvoor naar onze eerdere argumentatie in dit verband. Het goed functioneren van een psycholoog is ook van belang wanneer het gaat om een arbeidspsycholoog of een schoolpsycholoog. Misschien moet er nagedacht worden om die beide functies samen te brengen in een orgaan, zonder dat dit noodzakelijk afhankelijk is van volksgezondheid maar wel specifiek werkzaam is binnen het werkveld van alle psychologen. Dat lost meteen ook het probleem op dat de patiënt vandaag twee instanties heeft waar hij kan gaan aankloppen wanneer hij/zij het functioneren of de deontologie van de psycholoog in vraag kan stellen, waarbij het voor een buitenstaander niet gemakkelijk moet zijn om te weten wat waarvoor dient.

Psychologische zorg, psychotherapie versus psychologische verslaggeving

Een duidelijke opsplitsing tussen psychologen die psychologische begeleiding bieden en collega’s die functioneren als adviserend psycholoog lijkt ons inderdaad cruciaal voor het onafhankelijk werken in een psychologische begeleiding of in een psychotherapie - tenminste als het gaat over arbeidsongeschiktheid. Gezien de psycholoog opgeleid is om beslissingen te nemen over de te volgen behandeling, en zich onderwerpt aan de kwaliteitsnormen zoals hierboven beschreven, is hij voldoende bekwaam of ondersteund om zich uit te spreken over de vraag naar psychologische begeleiding of psychotherapie. Wij vinden het daarnaast belangrijk dat die adviserend psycholoog ook onderworpen wordt aan de eis tot kwaliteit, wat in dat geval het beste gewaarborgd kan worden door een regelmatig overleg met collega’s die binnen dezelfde functie werkzaam zijn.


UPPsy (FR) BUPsy (NL)

UPPsy - Union Professionnelle des Psychologues / BUPsy - Beroeps Unie van Psychologen

© UPPsy 2017 | Admin

Réalisation : Parcours sprl

Uppy-Bupsy FacebookUppy-Bupsy TwitterUppy-Bupsy Linkedin