Newsletter 2025-4

Beste leden, beste collega’s, 

Nu een heerlijke zomervakantie op zijn eind loopt, blikken we graag terug en vooruit. Terug, omdat er tijdens de zomer enkele belangrijke ontwikkelingen zijn geweest. Er is een juridische uitspraak over de patiëntenrechtenwet, weliswaar niet met ingrijpende gevolgen maar toch niet zonder belang. Vooral is er het besluit van minister Vandenbroucke waardoor het project voor een verplichte klinische stage na de masteropleiding klinische psychologie, terug in de kast wordt opgeborgen.

Ondertussen bouwt het RIZIV verder aan haar model van een multidisciplinaire psychologische begeleiding, ondersteund door een EPD. Dit niettegenstaande de wettelijke omkadering van dat EPD nog steeds op zich laat wachten. Aansluitend op dit model werd in de Franstalige gemeenschap een hervorming doorgevoerd met heel wat implicaties in het institutionele werkveld. De deelnemende verenigingen in het Comité voor Vigilantie hebben in die context enkele ondersteunende documenten voor patiënt en hulpverlener opgesteld, die via onze website en de website van het Comité te raadplegen zijn.

Verder zien we uit naar onze studiedag van 11 oktober, waar precies ingezet wordt op een andere visie op de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg, waarin de mens en niet de stoornis centraal staat. Verschillende sprekers uit verschillende disciplines zullen reflecten over wat een humane geestelijke gezondheidszorg kan zijn. De studiedag zal ons inspiratie geven voor de koers die we kunnen volgen, als vereniging, in de komende jaren. We nodigen al onze leden van harte uit om deel te nemen aan deze studiedag, om uw stem te laten horen in deze debatten, voor een verdere reflectie over belangrijke vragen voor onze klinische praktijk. Wij ontmoeten u heel graag op 11 oktober in Mechelen. Vergeet niet u hiervoor in te schrijven.

Onze jaarlijkse vergadering zal doorgaan op dezelfde datum, in Mechelen dus, om 18 u.  Daar volgt nog een aparte uitnodiging voor. 

Niettegenstaande de hervorming die we ondertussen hebben doorgevoerd via onze website, merken we dat een aantal leden hun lidgeld voor 2025 nog niet hebben betaald. Het vernieuwen van het lidmaatschap is voor elke vereniging van vitaal belang. Bovendien weegt het aantal leden van een psychologenvereniging door als het gaat om de representatie van onze vereniging in de officiële organen zoals de Federale Raad voor de Geestelijke Gezondheidszorgberoepen. Wie zijn lidmaatschap nog niet heeft vernieuwd, heeft ondertussen een herinnering ontvangen. Dank alvast voor een positief gevolg. 

Wij, dat zijn de leden van het bestuur van Uppsy-Bupsy : 
Stef, Martine, Paul, Wouter, Philippe, Frank, Tania, Hilde en Nathalie 

13 september 2025 : Interkarteldag GPP, Gent

Uitspraak Grondwettelijk hof over de patiëntenrechtenwet

Een aantal verenigingen, waaronder UPPsy-BUPsy, ondersteunden een initiatief van APPELpsy voor het Grondwettelijk Hof.  Raadsman Letellier vroeg in deze procedure om een vernietiging van de vernieuwing van de patiëntenrechtenwet, op basis van een aantal kritieke punten in die wet :

  • Is multidisciplinair overleg volgens de wet  een wettelijke verplichting ? 
  • Heeft het opslaan van een EPD op een elektronisch e-health-platform niet als doel dat deze gegevens beschikbaar zouden zijn voor de andere gezondheidszorgbeoefenaars, zelfs buiten een therapeutische relatie (zoals gepreciseerd werd in de voorbereidende teksten over de wet van 6 februari 2024) ?
  • Kan de gezondheidszorgbeoefenaar wettelijk verplicht worden om persoonlijke notities op te nemen in het patiëntendossier en de patiënt daar toegang toe te geven ? 

Op de achtergrond leefde natuurlijk de vraag naar de verplichting van een EPD en de verplichting om de gegevens in dat EPD ter beschikking te stellen voor andere gezondheidszorgbeoefenaars, zonder dat de voorwaarden zoals bepaald in onze deontologische code hoefden te worden gevolgd. 

Het grondwettelijk hof besliste op een voorzichtige manier, waarbij de wet strikt werd gevolgd maar toch een aantal aandachtspunten werden beklemtoond. 

  • Multidisciplinair overleg is niet wettelijk verplicht. De gezondheidszorgbeoefenaar kan zelf inschatten of de belangen van de patiënt de noodzaak aan een multidisciplinair overleg vereisen. Bovendien kan een overleg niet doorgaan zonder de instemming van de patiënt. Evengoed moet de patiënt toestemming geven vooraleer informatie kan worden gedeeld met een andere gezondheidszorgbeoefenaar, voor het bekomen van een diagnose of een behandeling.
  • Het EPD op een e-health-platform heeft als eerste doel dat de patiënt toegang krijgt tot zijn gezondheidszorggegevens. Andere gezondheidszorgbeoefenaars kunnen geen toegang verkrijgen zonder zijn instemming of buiten een therapeutische relatie om. De wet laat dus niet toe dat gegevens worden gedeeld zonder formele toestemming van de patiënt. 
  • De overheid moet nog steeds de essentiële elementen van de toegang van de patiënt tot zijn gezondheidsgegevens en de toegang van derden tot deze gegevens bepalen vooraleer de gezondheidszorgbeoefenaar verplicht gebruik moet maken van de platformen die ter beschikking zullen worden gesteld. 
  • De patiëntenrechtenwet verplicht de gezondheidszorgbeoefenaar inderdaad om zijn persoonlijke notities op te nemen in het dossier. Dat geldt voor zowel objectieve als subjectieve gegevens die een evaluatie of een oordeel uitmaken over de betrokken persoon. De patiënt kan deze gegevens dus consulteren.
  • De enige mogelijkheid om dat niet te doen is via het inroepen van de therapeutische exceptie (wanneer de informatie de toestand van de patiënt zou erger maken), wat echter slechts uitzonderlijk kan gebeuren. Hiervoor gelden twee voorwaarden : de gezondheidzorgbeoefenaar overlegt met een collega hierover en informeert de vertrouwenspersoon over zijn beslissing om de therapeutische exceptie in te roepen. Een geschreven motivatie moet worden toegevoegd aan het dossier. De gezondheidszorgbeoefenaar moet bovendien regelmatig verifiëren of de omstandigheden voor het inroepen van de therapeutische exceptie nog steeds van kracht zijn. Indien niet kan de therapeutische exceptie niet meer ingeroepen worden. 

Het Grondwettelijk Hof wijst er verder op dat de gezondheidszorgbeoefenaar 15 dagen tijd krijgt om de vraag van de patiënt om een dossier te consulteren, in te willigen. Als een therapeutische exceptie wordt ingeroepen, kan in die periode kan een motivatie worden opgesteld voor de weigering om toegang te geven tot de persoonlijke notities.

Hoewel het Grondwettelijk Hof de vraag om annulering van de vernieuwing van de patiëntenrechtenwet niet heeft ingewilligd, kan dit arrest wel ingeroepen worden ter argumentatie wanneer de voorwaarde van de toestemming van de patiënt voor het delen van informatie of voor multidisciplinair overleg niet wordt gerespecteerd. Jammer genoeg zag het Grondwettelijk Hof geen reden om onderscheid te maken tussen gegevens uit de somatische zorg en de geestelijke gezondheidszorg.

19 september 2025 : Studiedag. Een namiddag in het spoor van Gregory en Nora Bateson, in Antwerpen.

Schrapping van de gesuperviseerde professionele praktijk  

Wat vooraf ging (bron : Advies FRGGZB)

Door het KB van 2015 over de beroepen in de gezondheidszorg (de WUG) werden de klinisch psycholoog en de klinisch orthopedagoog twee gezondheidszorgberoepen. Op 26 april 2019 werd het KB gepubliceerd voor de vaststelling van de criteria voor de erkenning van de klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen en voor de stagemeesters en stagediensten. Om de klinische psychologie uit te oefenen moet de klinisch psycholoog beschikken over een visum, uitgereikt door de Federale overheid. De erkenning die nodig is voor de autonome uitoefening van de zorg wordt verstrekt door de Gemeenschappen, na een gesuperviseerde professionele praktijk (GPP) van een jaar, dus na de masteropleiding, onder supervisie van een erkend stagemeester; Dit model van een tweefasige opleiding wordt internationaal in de praktijk gebracht voor de opleiding van autonome gezondheidsberoepen. 

De uitrol van die wet botste op het probleem van de onduidelijkheid van de financiering van deze stage en de professionele omkadering ervan (erkenning en financiering stagemeesters, criteria stageplaatsen) die bovendien deels onder de bevoegdheid viel van de federale overheid en deels onder de bevoegdheid van de gewesten. Omdat er  daardoor geen voldoende erkende stageplaatsen en stagemeesters waren, werd het vastleggen van de criteria voor de erkenning van klinisch psychologen en orthopedagogen en van de stagemeesters en stagediensten enkele keren uitgesteld, met als uiterste datum 1 juli 2026. 

De minister vroeg een advies aan de FRGGZB. Opmerkelijk in dit advies : niet het aantal studenten dat wordt opgeleid aan de faculteiten psychologie en orthopedagogie wordt als basis genomen om de stageplaatsen te bepalen, wel het aantal klinisch psychologen/orthopedagogen dat nodig is om te voldoen aan de zorgnood. Hierin verwijst het advies naar de Public Mental Health filosofie die de ministers van Volksgezondheid in ons land al enige tijd als richtlijn volgen. Bovendien wordt geopteerd voor een patiëntgericht, geïntegreerd multidisciplinair zorgmodel waarin de autonome GGZ-beroepen maar ook de ondersteunende GGZ-beroepen hun bijdrage leveren in het verstrekken van psychologische zorg. 

Met andere woorden : niet iedereen die afstudeert, is er zeker van dat hij stage zal kunnen doen. Naast de klinisch psychologen en de klinisch orthopedagogen kunnen ook de psychologisch consulenten, de orthopedagogisch consulenten en de seksuologisch consulenten ingezet worden in de GGZ. Wel is het zo dat afgestudeerde masters klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen met visum psychologische zorg kunnen verstrekken, onder supervisie van een erkend GGZ-beroeper. Ze kunnen echter niet autonoom werken. 

De FRGGZB besloot dat er in 2023 slechts 199 beschikbare stageplaatsen waren in België. De procedure voor het aanvragen van de erkenning van stagemeesters en plaatsen werd als complex ervaren. Er bleken  bij de studenten veel vragen over de GPP, die slechts door de overheid konden beantwoord worden. Die informatie was nog niet beschikbaar. hetzelfde gold voor de potentiële stageplaatsen en stagemeesters. Bovendien waren er in het veld nog veel mensen niet vertrouwd met de terminologie die hierover werd gehanteerd.

Het kabinet stelde voor om de GPP te organiseren via de universiteiten als een postacademische permanente vorming, met begeleiding en supervisie buiten de stageplek, wat echter niet overeenkwam met het KB en voor het FRGGZB niet voldeed aan de voordelen aan een hands on-begeleiding op de werkvloer. 

Schrapping van de stage

In augustus 2025 kwam dan het bericht dat minister Vandenbroucke een wetsontwerp klaar heeft om de gesuperviseerde professionele praktijk te schrappen, waarbij hij als reden opgeeft dat er niet genoeg stageplaatsen beschikbaar zijn. Over de complexiteit van de organisatie en het in gebreke blijven van de overheid wordt niets gezegd. Een uitstekend opiniestuk van Nady Van Broeck zet in Knack alles op een rijtje. Ondertussen blijft de vraag wat de overheid doet met de adviezen van de Federale Raad voor Geestelijke Gezondheidszorgberoepen, nochtans haar eigen adviserend orgaan. 
 

18 en 19 september : Wij samen. Studiedagen in het kader van 50 jaar psychodynamische kinderpsychotherapie in Leuven.

  Informatiecampagne Comité voor Vigilantie


Het Elektronisch patiëntendossier (EPD) werd reeds aangekondigd in de Kwaliteitswet die op 1 juli 2022 in werking trad. Art. 34 bepaalt dat de ingangsdatum voor die verplichting door een KB moet worden vastgesteld, wat nog niet is gebeurd. Echter, sindsdien werd het gebruik van een EPD als vanzelfsprekend overgenomen in de tekst van de Conventie Psychologische Zorg of in de vernieuwde Patiëntenrechtenwet. In Wallonië is er het Décret modifiant le Code wallon de l’Action sociale et de la Santé concernant la santé mentale et ses services actifs en Wallonie van 10 januari 2024. Kortom, ook al is het wettelijk voor de klinisch psycholoog nog steeds niet verplicht, het EPD is er. Collega’s die tewerkgesteld zijn in de openbare dienstverlening, zien zich meestal verplicht om ermee te werken. 

Veel collega’s spreken ons aan over problemen die ze daarbij ervaren. Als er discussies komen met de inrichtende macht, wordt soms zelfs met ontslag gedreigd. Zorgverlening dreigt onmogelijk te worden voor patiënten die niet akkoord gaan met het opnemen van hun gegevens in een EPD. Ondertussen zijn er nog veel onduidelijkheden : beantwoordt de gebruikte software aan de wettelijke vereisten? Wat met de nuance in de wet “in voorkomend geval en binnen zijn bevoegdheid” waar het gaat om gegevens die moeten worden opgenomen in een patiëntendossier ? Wat is de verhouding tussen een dossier dat door de werkgever wordt vereist en het EPD, gaat het om verschillende of dezelfde dossiers ? Als het om hetzelfde dossier gaat, wordt de toepassing van het EPD dan niet veel uitgebreider, over diensten, zonder rekening te houden met het onderscheid ? Wie beheert het dossier ? En zijn hulpverleners voldoende geïnformeerd over de gevolgen van deze vernieuwde wetgeving ? 

In het Comité voor Vigilantie is hierover nagedacht door de vertegenwoordigers van verschillende verenigingen en verschillende beroepen in de GGZ. Met de bedoeling om de collega’s ondersteuning te bieden op de concrete werkplek, werden documenten opgesteld waarin de heikele punten worden opgesomd en waarin de verschillende mogelijkheden in verschillende situaties worden opgelijst. Twee documenten kunnen worden gedownload via de website van het Comité :
– Een tekst bedoeld voor het grote publiek : Een gebroken been of een gebroken relatie : alles in het elektronisch patiëntendossier ?
– Een tekst bedoeld voor de hulpverlener : Toelichting over het gebruik van het EPD in de geestelijke gezondheidszorg

Toelichtingen en opmerkingen zijn steeds welkom op info@uppsy-bupsy.be
 

 
 
 
 
 
 
 

Nieuwsbrief

Inschrijven op de nieuwsbrief is enkel mogelijk voor actieve leden. Log eerst in.