De conventie loopt. Maar niet hard genoeg, althans niet volgens het voorziene budget. Gevolg is dat de netwerken de vraag hebben gekregen om het werkingsgebied te verruimen, zodat meer burgers gebruik kunnen maken van de middelen die ter beschikking staan. Dat blijft uiteraard niet zonder effecten :
* De aanvankelijke doelstellingen zoals uiteengezet in de Conventie, volgens het Public Mental Health Perspective, worden minder strikt toegepast. Het oorspronkelijke opzet om vooral de kwetsbare doelgroepen te bereiken, dreigt ondermijnd te worden. Hoe zal dit opgevolgd worden wanneer een nieuw jaar begint, met nieuwe budgetten ?
* De toeleiding naar de psychologen lijkt soms gewoon op dezelfde manier te gebeuren als buiten de conventie : er wordt gezocht naar psychologen die ruimte vrij hebben, en die zich als bekwaam opgeven om te werken met de problematiek waarvoor hulp wordt gezocht.
Dat laatste is uiteraard niet noodzakelijk negatief : wij vinden het belangrijk dat psychologen de verantwoordelijkheid opnemen om voor zichzelf in te schatten voor welke psychische problemen ze hulp kunnen bieden. Maar opnieuw gaat dit in tegen de oorspronkelijke doelstellingen van de Conventie, waar immers zou worden geoordeeld op basis van het portfolio dat door de psychologen moest worden ingediend.
Wij vragen ons daarom af of een onderzoek naar de effectiviteit van het model zoals in de conventie uitgetekend, op basis van de gegevens die door de geconventioneerde psychologen worden doorgegeven, door deze vertekening als minder of niet relevant kan worden beschouwd.
Wij vernemen verder dat psychologen die geconventioneerd zijn, stevig worden aangemoedigd om de cliënten die terugbetaling krijgen, te motiveren om deel te nemen aan dat
wetenschappelijke onderzoek over de effectiviteit van de vrijgestelde middelen. Zelfs in die mate dat het in bepaalde regio’s onmogelijk was om de geleverde prestaties te factureren, als de cliënt zich niet akkoord verklaarde om deel te nemen aan het onderzoek. Alle beroepsverenigingen van psychologen hebben duidelijk vooropgesteld dat dit niet kon en inging tegen onze deontologie. De RIZIV-informatica werd, waar nodig, aangepast. Het blijft echter dubbel dat psychologen enerzijds mensen moeten aanmoedigen om deel te nemen aan een wetenschappelijk onderzoek, en anderzijds een positie moeten kunnen innemen die neutraal genoeg is om (eventueel) een spreken over eventuele klachten rond wetenschappelijk onderzoek mogelijk te maken.
Ondertussen loopt de procedure bij de Raad van State. Argumentatie en tegenargumentatie werden ingediend. Nu is het wachten op een uitspraak van de bevoegde magistraat. Het is niet duidelijk of die uitspraak dit jaar nog zal komen.