Advies over het gebruik van digitale interventies en apps in de ggz

 

De Hoge Gezondheidsraad publiceerde in maart 2024 haar Advies over Digitale interventies en apps in de geestelijke gezondheidszorg. Gezien het online welig tieren van dergelijke apps is het wellicht geen overbodige luxe om hierover te reflecteren. 

We zetten hieronder de hoofdpunten van het advies op een rijtje, aangevuld met onze bedenkingen : 

– Het advies spreekt zich uit over verschillende online-tools : zelfhulpinterventies, begeleide interventies met minimale professionele ondersteuning en blended interventies waarbij technologie wordt gecombineerd met de conventionele praktijk, en dit met het oog op de meest voorkomende psychische problematiek, met name depressieve en angststoornissen en verslaving. Men spreekt, terecht, voorbehoud uit voor de complexiteit van dergelijke problemen, die niet werd ingecalculeerd in het onderzoek waarop men zich heeft gebaseerd. Kan men er dan van uitgaan dat de resultaten uit onderzoek over een algemene populatie, ook opgaan voor de klinische populatie ? 

– In de apps wordt gebruik gemaakt van verschillende interventies, die zich voornamelijk in het gedragstherapeutisch register situeren : psycho-educatie, cognitieve herstructurering, ontwikkeling van vaardigheden, ontspanning, zelfcontrole. Zeker in het licht van de complexiteit van de psychische problematiek, waarvan daarnet sprake, is het jammer dat men in dit advies geen rekening houdt met andere therapeutische benaderingen die zich bij voorbeeld richten op existentiële en relationele thema’s. Vraag is natuurlijk of apps hier zo gemakklijk toepasbaar zouden zijn. 

– Dat het relationele een relevante factor is, blijkt wanneer systematisch terugkomt dat het gebruik van apps vooral een meerwaarde blijkt in combinatie met de begeleiding. Hierbij maakt men onderscheid tussen online begeleiding die zich specifiek richt op het gebruik van de apps, en blended interventies, waarbij de “conventionele” begeleiding opmerkelijk eventueel online zou kunnen worden aangeboden. Voor ons blijft een online-begeleiding weliswaar soms een goede oplossing waar anders niet mogelijk, maar noodzakelijk een verschraling van het contact in een therapeutische relatie.  

– In het advies wordt regelmatig vooropgesteld dat deze apps de toegang tot de ggz zouden vergemakkelijken, zeker voor jongeren of andere populaties die om verschillende redenen de weg naar de ggz niet vinden. Keerzijde van die laagdrempeligheid is de vaststelling dat men ook snel en gemakkelijk afhaakt. Tegelijkertijd is men zich bewust van de risico’s van dergelijke interventies, waar ze de digitale kloof net zouden kunnen vergroten. 

– Het is opmerkelijk dat men in dit advies oog heeft voor het feit dat de mogelijkheid om via deze apps anoniem hulp te krijgen een belangrijke drempel wegwerkt in de zoektocht naar hulp. Het zou fijn zijn als dit inzicht zou doorsijpelen als het gaat om de organisatie van een elektronisch patiëntendossier, waar immers dezelfde bezorgdheid speelt. Waar anonimiteit in de digitale wereld het moeilijker kan maken om een vertrouwensrelatie op te bouwen met de therapeut, zoals men heeft vastgesteld, is dat in real life immers veel minder een probleem. Bovendien is de anonimiteit, bij het gebruik van deze platforms, slechts gewaarborgd als deelnemers fysiek ook een private ruimte kunnen gebruiken. 

– Zorgwekkend is dan weer dat men deze apps ziet als een mogelijkheid om gegevens te verzamelen in een ecologische context en voor ecologische momentane interventies. Zullen patiënten werkelijk de mogelijkheid hebben om dit te weigeren ? Wie regelmatig surft, moet al heel veel volharding tonen om systematisch attent te zijn op de cookies die men verzamelt. Zullen patiënten de moed hebben om de noodzakelijke stappen te doorlopen om het inzamelen van gegevens te weigeren ? 

Waakzaamheid dient geboden dat dit advies niet de weg zal openen naar een te vanzelfsprekende oplossing om de kosten van en de wachtlijsten in de ggz te verminderen, waar men bij voorbeeld de minimale begeleiding bij het gebruik van de apps al zou willen vervangen door geautomatiseerde herinneringen om de betrokkenheid bij de gebruikers te verhogen. Terecht vermeldt men de behoefte aan menselijke ondersteuning, die bij voorbeeld kan inschatten of een behandeling intensief genoeg is of voldoende aangepast aan de context van de patiënt. Dat dit niet noodzakelijk hoeft te gebeuren door diepgaand geschoolde GGZ-professionals, lijkt ons een riskante denkoefening : op welke basis zal hun oordeel dan gestoeld worden ? 

Nieuwsbrief

Inschrijven op de nieuwsbrief is enkel mogelijk voor actieve leden. Log eerst in.